Cookievoorkeuren
InstellingenIk ga akkoord
Helpcenter

Zo verzin je een titel voor je kunst

25 mei - 2022
door Alice Broeksma
1210

Delen

Een titel verzinnen voor je kunstwerk kan lastig zijn. Vooral als het onderwerp meer lagen heeft, want wat is dan de kern van het werk? Is dat bijvoorbeeld de sfeer die wordt opgeroepen door de gekozen techniek of kleurgebruik, of is het misschien een klein maar belangrijk detail, of de personages, omgeving of gebeurtenis die je hebt afgebeeld?

Algemeen luidt het advies bij het kiezen van een titel: ‘Hou het simpel’. Dat is heel goed advies. Picasso’s ‘Guernica’ (1937) is wereldberoemd, de titel van één woord refereert aan het bombardement van deze Baskische plaats tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Het enorme monochrome schilderij toont het geweld en lijden en is een van de belangrijkste anti-oorlogsuitingen in de geschiedenis van kunst. Wie de titel ‘Guernica’ hoort, ziet die verschrikkingen meteen voor zich.

De ‘Nachtwacht’ van Rembrandt (1642) laat geen enkele twijfel bestaan. De titel is net zo beroemd als het meesterwerk zelf. Maar laat dit een les zijn in tekstschrijven. De officiële titel is namelijk ‘Schutters van wijk II onder leiding van kapitein Frans Banninck Cocq’. Deze versie voldoet zeker aan nog een ‘wet’ over titels: te beschrijven wat je ziet. Maar dit is niet de titel van Rembrandts schilderij die de hele wereld kent.

Zou het publiek in 1912 zonder de titel ‘Naakt, een trap afdalend’ het onderwerp hebben herkend van Marcel Duchamps futuristische schilderij? Van Goghs ‘Zonnebloemen’ (1888) en ‘De Sterrennacht’ (1889) hebben geen verder uitleg of toevoeging nodig. De titel benoemt het onderwerp, de kracht van het schilderij zit in het gebruik van de verf. Cryptischer is Vermeers ‘Meisje met de parel’ (1665). Dit is wel een omschrijving, maar de titel maakt ook nieuwsgierig – het is een anoniem meisje, het noemen van het sieraad geeft echter gelijk aan dat er welvaart moet zijn nog voor je het doek hebt gezien. De identiteit van een edelvrouw is minder verhuld door Leonardo da Vinci in de titel ‘Mona Lisa’ (1503-17). Het werkelijke raadsel ligt besloten in haar glimlach.

 

Voorbeelden en tips

Dus als de grote meesters al uiteenlopende oplossingen hadden voor de titels die ze hun werk gaven, hoe kies je dan zelf een naam voor je kunstwerk? Hier zijn voorbeelden en tips. Die zijn subjectief, en er zijn overlappingen. Dat is natuurlijk onvermijdelijk. Maar het is een richtlijn. Kijk wat het beste past bij je eigen kunstwerk, en geef er een eigen draai aan.

  

-       Het onderwerp zelf:

wie is er geportretteerd, wat zie je letterlijk, wat is de locatie?

 

. Ophelia (John Everett Millais, 1852)

. Saint Lazare Station (Claude Monet, 1877)

. Compositie in Rood, Geel en Blauw (Piet Mondriaan, 1927)

. Route 6, Eastham (Edward Hopper, 1941)

. Bommen (Ai Weiwei, 2019)



 

-       Omschrijving:

wat gebeurt er?

 

. Judith Slacht Holofernes (Artemisia Gentileschi, 1620)

. Regen, Stoom en Snelheid – De Grote Westerse Spoorweg (J.M.W. Turner, 1844)

. Een Man Kust zijn Vrouw (Faith Ringgold, 1964)


 

-       Emotie:

wat wordt er gevoeld?

 

. De Schreeuw (Edvard Munch, 1893)

. Hoop I en II (Gustave Klimt, 1903, 1908)

. Huilend Meisje (Roy Lichtenstein, 1963)

. Wie is er bang van Rood, Geel en Blauw’ (Barnett Newman, 1966-1970)



-       Detail:

is er een klein maar bepalend element?

 

. Meisje met de parel (Johannes Vermeer, 1665)

. Zelfportret met Verbonden Oor (Vincent van Gogh, 1889)

. Zelfportret met doornenketting en kolibrie (Frida Kahlo, 1940)


 


-       Symbool:

wat wordt er vertegenwoordigd?

 

. De Volharding van de Herinnering (Salvador Dalí, 1931)

. Zij Spreken Geen Kwaad (Faith Ringgold, 1962)

. De fysieke onmogelijkheid van dood in de geest van een levende (Damien Hirst, 1991 – titel van zijn gepekelde haai)



  

De ingrediënten hierboven worden in kunst vaak gebruikt bij het bepalen van een titel. Als er niets naar voren springt, laat het dan even rusten – het antwoord komt wel. Er zijn meer opties. Je kunt je kunstwerk noemen naar de muziek die je op had staan tijdens het schilderen, of naar het weer of het seizoen. Die vertegenwoordigen emoties. Woorden als ‘Regen’ (David Hockney, 1973) of ‘Storm’ zetten de toon, zoals ook ‘Voor de Storm’ dat doet (Zao Wou-ki, 1955), of ‘Na de Storm’ (Sarah Bernhardt, 1876). William Turner noemde een kunstwerk ‘Regen, Stoom en Snelheid’ (1844). De Duitse landschapsschilder Caspar David Friedrich, bekend door zijn ‘De Monnik bij de Zee’, noemde een ander doek simpel ‘Winterlandschap’ (1811). De gebruikte stijl en techniek zijn ook een handvat. Kandinsky deinsde niet terug voor titels als ‘Improvisatie’ (1913).

Maar vermijd liever ‘Ongetiteld’. Een titel prikkelt, verheldert en inspireert, en maakt het ook makkelijker je werk terug te vinden in je eigen archief. Tenzij je Rothko heet of Basquiat, en een nieuwe kunststroom aanvoert: ‘Ongetiteld’ van een jonge Basquiat werd in 1982 verkocht voor het recordbedrag van 110.5 miljoen dollar.